Leven met Cait – Deel 1

Hi,

Vandaag begin ik met een nieuwe serie, ‘leven met Cait’. Hierin vertel ik over wat er in mijn hoofd zich afspeelt, samen met een klein verhaaltje wat met die gedachtes te maken heeft. Het is een beetje in de richting van ik begin maar met schrijven en zie wel wat er op papier komt. Dus niet echt een goed door dacht verhaal, dat lekker loopt. Open en eerlijk, geen filter, puur natuur. Dit keer schrijf ik over dat ik er even helemaal doorheen zit, mijn faalangst en wat mijn lichaam gister (woensdag) voor mij in petto had. Veel lees plezier bij dit ongeorganiseerde zooitje (zooitjes zijn trouwens nooit georganiseerd).

Op sommige momenten zit ik er gewoon echt even doorheen, nu ik dit schrijf zit ik midden in een moment waarop ik denk ‘schiet mij maar neer’. Hoe heftig dit ook klinkt, zo ervaar ik het wel. Ik ben moe, mijn lichaam heeft mij weer is in de steek gelaten en het voelt alsof ik niks goed kan doen. Ik irriteer mij aan alles en iedereen, daardoor wordt ik weer heel onzeker. Ik ben nu gewoon even helemaal klaar met ziek zijn. Ik wil zo veel, maar ik kan zo weinig. In mijn hoofd wil ik tienduizend dingen in een dag proppen, mensen van mijn leeftijd hebben het druk en ik… ik lig tot 12:00 in mijn bed omdat mijn lichaam niet mee wilt werken. Iedereen heeft huiswerk en een leven, op dit moment ervaar ik het alsof ik geen leven heb. Tuurlijk het is chill dat ik alles kan laten, niks moet doen. Maar als ik wel iets moet doen, dan lukt het niet. De angst om te falen is groot, ik moet en zou 4 dagen in de week naar school gaan, in de middagen huiswerk maken en ook nog goede cijfers halen. In het weekend moet ik naar de scouting, moet ik hockeyen en moet ik nog tienduizend anderen dingen. Doe ik dit niet, dan faal ik. Voor mezelf dan, in anderen mensen hun ogen is het geen probleem. Ik zeg een keertje af, geen probleem, ik haal een keertje een 4 geen probleem. Waarom ervaar ik het dan wel als een mega groot probleem? Het is allemaal zo onnodig, zonde van mijn energie en al helemaal pure tijdsverspilling. Ik kan rustig een hele middag verkloten door dat ik over van alles aan het piekeren ben. Ik kan van letterlijk alles een mega groot probleem in mijn hoofd maken, de druk om te presteren is groot, maar de angst om te falen is nog groter. Moet ik iets in mijn eentje gaan doen, dan probeer ik alles om er onder uit te komen. Grote groepen? Ik zeg af, iets waar ik mijn rolstoel voor nodig heb, ik zeg af of zoek een anderen oplossing. Want ja, je ziet niks aan mij, dus waarom kan ik niet gewoon lopen. Dit is mijn dagelijkse struggel. Kijk, lopen lukt heel goed, in de afgelopen twee jaar heb ik mij nog nooit zo fit en goed gevoelt. Maar hierdoor is mijn drive om nog meer te willen, terug gekomen. Kan ik een halfuur lopen, dat moet dan drie kwartier worden. Kan ik op vrijdagavond met mijn vrienden afspreken, dan moet ik dit ook op zaterdag en zondag kunnen.

Ik ben ontzettend eigenwijs, luister vaak iets te weinig naar de signalen die mijn lichaam afgeeft. Zo ook woensdag, woensdag is fysiotherapie dag. Ik wil een betere conditie, dus zit ik nu midden in allerlei testjes om te kijken hoe ik het beste kan gaan trainen. Ook dit keer deden we een aantal testjes, als laatste testje de trap. Wie mij wat langer kent, weet wat voor een gruwelijke hekel ik aan dat ding heb. Het is dat ik anders nergens kom, maar ik skip hem veel liever. Maar ja een betere conditie begint bij heel saai een trap op kunnen lopen,

“Caitlen weet je zeker dat je deze trap nog op wilt” mijn fysiotherapeut en de stagiair staan voor mijn neus. Enthousiast knik ik, “ 10000 % zeker, thuis loop ik de trap ook goed op. Dus waarom hier niet” waarom ben ik zo, ik wil die stomme trap helemaal niet op, maar ik wil presteren dus moet ik wel. Mijn therapeut kijkt een beetje voorzichtig, “geloof me” zeg ik een beetje onzekerder dan der net maar het is de druppel. De stagiair schuift de saturatie meter op mijn vinger, 100 % zuurstof en een hartslag rond de 66 slagen per minuut. Nou dat moet wel lukken, met hulp van de reling loop ik langzaam de trap op, eenmaal boven aan ben ik toch wat kortademig. Zuurstof: 94%, hartslag: tussen de 80 en 90 slagen per minuut. Ik controleer mijn adem en na twee minuten ben ik klaar om de afdaling in te zetten, soepel en vrij snel loop ik de trap af. Het zou daarom ook heel logisch zijn dat mijn hartslag vrij hoog is. Even tik ik de 100 slagen per minuut aan, maar drie seconde later voel ik mij heel slecht. Wiebelig, duizelig en niet helemaal aanwezig, vlug werp ik een blik op de saturatie meter; zuurstof tussen de 90 en 100 %, hartslag 50 slagen per minuut. Vlug ga ik zitten, ik antwoord niet op de vragen en hoor vaag. Ik kijk nog een keer, hoe kan mijn hart maar 50 slagen per minuut kloppen als ik met een sneltrein vaart die trap af heb gelopen. Na een paar minuten land ik weer een beetje op aarde, maar ik blijf duizelig en een beetje vaag. Praten gaat moeilijk, “Caitlen, wat is er” mijn therapeut knielt naast mij neer. “Ik ben zo duizelig” zeg ik snel en hap naar adem. Iedereen is in shock, alles vliegt een beetje langs mij heen. Ik probeer mijn adem te controleren en niet over te gaan op de hyperventileren, daar ben ik namelijk heel gevoelig voor.

Thank god, dat ik op het speciaal zit en dat er dus altijd verpleging aanwezig is. Ik werd in een trippelstoel getild en naar de verpleegruimte gebracht. Ik ben daar nog een half uur helemaal de weg kwijt geweest, toen begon mijn lichaam te trillen (het kwam uit de shock stand) en ik begon weer grapjes te maken. “Ze is er weer hoor” mijn therapeut begint te lachen. Na twee uur liggen en rustig bijkomen, besluit ik toch wel graag naar huis te willen, als ik dit aangeef weet iedereen dat het echt erg is. Want ik ga niet graag eerder naar huis. Niemand weet wat er precies mis is, wel dat het vet onlogisch is. Het enige wat ik mij nog echt goed kan herinneren van woensdag was dat ik het dood eng vond. Nu nog, mijn lichaam heeft eindelijk een zichtbaar seintje af gegeven. Of nou ja, zichtbaar was het eigenlijk niet, alleen voor de mensen die er voor geleerd hebben. De meeste mensen krijgen bij inspanning een rood hoofd of gaan zweten, ik heb het geluk dat ik niet ga zweten of een rood hoofd krijg. Sterker nog, mijn gezichtsuitdrukking blijft vaak hetzelfde. Mijn hartslag gaat eigenlijk altijd iets omhoog, maar dat zie je niet van buiten. Als mensen die ook ‘onzichtbaar ziek zijn’ (brrr vreselijk wordt) gaan sporten geeft hun lichaam vaak ook nog zichtbare seintjes af, dat het klaar is. Dat van mij speelt Johnny cool en doet alsof er niks aan het handje is, daarom is het des te belangrijker dat ik luister. Luister naar mijn lichaam, eigenwijs en luisteren, hmm geen goede combinatie…

Zo dit was deel 1van ‘Leven met Cait’, lekker egoïstisch als altijd. Maar ach, je schrijft vaak een blog omdat je het leuk vind om over je eigen leven te vertellen… haha.

Liefs Cait,

Blijf naar je hart luistern <3 het zou je de weg fluisteren” <— nou het had wel even een gehoorapparaat kunnen gebruiken…

Caitlen Mellor
Heyhoi, ik ben Cait en ik ben 17 jaar. Woonachtig in Leidschendam, dit ligt tegen Den Haag aan. Ik schrijf op het blog liefscait.nl en vind het leuk om te winkelen, knutselen en met mijn hond wandelen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.